Trainingen

  • QUICK START (Snelstart) is de snelste manier om een training te beginnen. Nadat u op de toets QUICK START (Snelstart) hebt gedrukt, begint de training MANUAL (Handmatig) op constant niveau.
  • Het programma MANUAL (Handmatig) is een training met constante inspanning waarbij de gebruiker het weerstandsniveau of de snelheid op ieder moment kan veranderen. Tijdens de training kan het intensiteitsniveau met de pijltoetsen OMHOOG/OMLAAG naar wens worden verhoogd of verlaagd op fietsen en crosstrainers. Op loopbanden gebruikt u de pijltoetsen OMHOOG/OMLAAG voor SNELHEID en HELLING.
  • Het programma RANDOM (Willekeurig) is een intervaltraining met voortdurend wisselende intensiteitsniveaus zonder regelmaat in patroon of voortgang.
  • De training FAT BURN (Vetverbranding) is ontworpen om de hartslag van de gebruiker op 65% van het theoretisch maximum (HRmax) te houden voor optimale resultaten. Bij deze training draagt de gebruiker een Polar-telemetriehartslagborstband of pakt hij of zij de Lifepulse-sensors vast. Als de gebruiker geen Polar-telemetriehartslagborstband draagt, staat op het SCHERM TRAININGSPROFIEL een hartje, en verschijnt er in het BERICHTENCENTRUM de vraag om de sensors vast te pakken. De console meet voortdurend de hartslag en geeft hem weer; en het intensiteitsniveau wordt automatisch bijgesteld om de streefwaarde te bereiken en te behouden. Dit systeem voorkomt zowel over- als ondertraining; de aerobe voordelen van de training worden hierbij ten volle benut doordat het lichaamsvet als energiebron wordt gebruikt.
    Opmerking: Het intensiviteitsniveau op loopbanden kan tijdelijk worden aangepast met de pijltoetsen HELLING OMHOOG/OMLAAG of permanent worden gewijzigd door een nieuw streefhartslagdoel in te stellen tijdens de training. De snelheid kan alleen door de gebruiker worden veranderd. Bij fietsen en crosstrainers kan het intensiviteitsniveau worden gewijzigd door het streefhartslagdoel direct aan te passen met de pijltoetsen NIVEAU OMHOOG/OMLAAG.
    Opmerking: Wijzig de streefhartslag op ieder moment door op ENTER te drukken om de trainingssessieparameter voor de streefhartslag te wijzigen.
  • De CARDIO-training is vrijwel identiek aan FAT BURN (Vetverbranding), maar de streefhartslag wordt berekend op 80% van het theoretisch maximum (HRmax). De hogere streefhartslag bevordert cardiovasculaire vooruitgang omdat de hartspier zwaarder belast wordt.
    Opmerking: Het intensiviteitsniveau op loopbanden kan tijdelijk worden aangepast met de pijltoetsen HELLING OMHOOG/OMLAAG of permanent worden gewijzigd door een nieuw streefhartslagdoel in te stellen tijdens de training. De snelheid kan alleen door de gebruiker worden veranderd. Bij fietsen en crosstrainers kan het intensiviteitsniveau worden gewijzigd door het streefhartslagdoel direct aan te passen met de pijltoetsen NIVEAU OMHOOG/OMLAAG.
    Opmerking: Wijzig de streefhartslag op ieder moment door op ENTER te drukken om de trainingssessieparameter voor de streefhartslag te wijzigen.
  • De HILL (Heuvel)-training biedt diverse configuraties voor intervaltraining. Intervallen zijn periodes van intensieve aerobe training met daartussen regelmatige periodes van minder intensieve training. Op het scherm TRAININGSPROFIEL worden deze hoge en lage intervallen weergegeven als kolommen van lichtjes, die er samen uitzien als heuvels en dalen. Elke kolom staat voor een interval. De totale duur van de training bepaalt de lengte van elk interval.
    • 1 tot 9 minuten (beschikbaar voor fietsen en Cross-Trainers, maar alleen als de Hulpstroom-functie ingeschakeld is): een training die minder dan 10 minuten duurt, is te kort voor het HILL (Heuvel)-programma om alle vier de fasen goed te kunnen voltooien. Bij een dergelijke training comprimeert het programma dus diverse stadia.
    • 10 tot 19 minuten: de duur van de intervallen is aanvankelijk ingesteld op 30 seconden voor een training van 10 minuten. Voor elke minuut die de gebruiker tijdens de training toevoegt, neemt elk interval met 3 seconden toe. Een training van 15 minuten bestaat uit 20 intervallen van elk 45 seconden.
    • 20 tot 99 minuten: alle intervallen duren 60 seconden. Als de gebruiker minuten toevoegt aan de vooraf ingestelde duur terwijl de training aan de gang is, voegt het programma heuvels en dalen toe die identiek zijn aan de eerste acht intervallen van de Interval-/Trainingsfase. Dit patroon wordt herhaald tot de training voltooid is.
  • De training FIT TEST (Conditietest) schat de cardiovasculaire conditie en kan worden gebruikt om elke 4 tot 6 weken de vooruitgang van het uithoudingsvermogen te meten. De gebruiker moet de handsensors (indien aanwezig) vasthouden wanneer hiervoor een melding verschijnt of een Polar-telemetriehartslagborstband dragen omdat de testscore berekend wordt op basis van een hartslagmeting.
    Opmerking: (Alleen loopbanden): de trainingsduur bedraagt in totaal 5 minuten met 1 minuut opwarming bij een hellingsgraad van 0% gevolgd door 4 minuten bij een hellingsgraad van 5%.

    De Conditietest wordt beschouwd als een submax VO2 (zuurstofvolume)-test. Deze meet hoe goed het hart de werkende spieren van zuurstofrijk bloed voorziet, en hoe efficiënt die spieren zuurstof uit het bloed opnemen. Artsen en fysiologen beschouwen deze test in het algemeen als een goede meting van aerobe capaciteit. Houd er rekening mee dat de geschatte VO2 max-scores op vaststaande trainingsfietsen 10% tot 15% lager kunnen zijn dan de resultaten bij andere cardiovasculaire apparatuur van Cybex. Training op een vaststaande trainingsfiets veroorzaakt meer geïsoleerde vermoeidheid van de quadriceps vergeleken met wandelen/lopen op een loopband of het gebruik van een fiets. Deze grotere vermoeidheid komt overeen met lagere geschatte VO2 max-scores. 5 minuten na afloop van de CONDITIETEST wordt een score en een beoordeling van de CONDITIETEST weergegeven in het BERICHTENCENTRUM.

    Aanbevolen inspanningsniveaus voor de Conditietest

      Inactief Actief Zeer actief
    Fietsen L 4-6 mannen L 2-4 vrouwen L 5-10 mannen L 3-7 vrouwen L 8-14 mannen L 6-10 vrouwen
    Cross-Trainer L 2-4 mannen L 1-2 vrouwen L 3-10 mannen L 2-5 vrouwen L 7-15 mannen L 3-10 vrouwen
    Loopband 2-3 mph (3,2 - 4,8 km/u) 3-4 mph (4,8 - 6,4 km/u) 3.5-4.5 mph (5,6 - 7,2 km/u)

    De aanbevolen inspanningsniveaus moeten worden gebruikt als richtlijn voor het instellen van de conditietest. Het doel is om de hartslag van de gebruiker te verhogen tot een niveau dat tussen 60% en 85% van het theoretisch maximum ligt. Binnen elk voorgestelde bereik kunnen deze aanvullende richtlijnen worden gebruikt:

    Onderste helft van bereik Bovenste helft van bereik
    Hogere leeftijd Lagere leeftijd
    Lager gewicht Hoger gewicht*
    Kleiner Groter
    * Gebruik in gevallen van zeer hoog gewicht de onderste helft van het bereik.

    De computer accepteert niet:

    • Een hartslag van minder dan 52 of meer dan 200 slagen per minuut.
    • Een lichaamsgewicht van minder dan 75 lbs. (34 kg) of meer dan 400 lbs. (181 kg)
    • Een leeftijd onder 10 of boven 99 jaar.
    • Gegevens die het menselijk vermogen overschrijden
    Het is belangrijk dat u de Conditietest steeds onder soortgelijke omstandigheden uitvoert. Uw hartslag hangt af van een groot aantal factoren, zoals:
    • Hoe lang u de vorige nacht hebt geslapen (minstens 7 uur wordt aanbevolen).
    • Tijdstip van de dag.
    • Hoe lang geleden u hebt gegeten (2 tot 4 uur wachten na de laatste maaltijd wordt aanbevolen).
    • Hoe lang geleden u een cafeïnehoudende drank of alcohol hebt gedronken of een sigaret hebt gerookt (minstens 4 uur wachten wordt aanbevolen).
    • Hoe lang geleden u voor het laatst getraind hebt (minstens 6 uur wachten wordt aanbevolen).
    Voor het meest nauwkeurige resultaat dient u de Conditietest op drie achtereenvolgende dagen uit te voeren en het gemiddelde van de drie scores te berekenen.
    Opmerking: Om een goede score op de conditietest te behalen, dient u tijdens het trainen binnen een hartslagzone te blijven die overeenkomt met 60 tot 85% van het theoretisch maximum (HRmax).

    Relatief conditieniveau voor mannen

      Geschatte VO2 Max (ml/kg/min) per leeftijdscategorie
    Beoordeling 20-29 30-39 40-49 50-59 60+
    Elite 55+ 52+ 51+ 47+ 43+
    Uitstekend 53-54 50-51 49-50 45-46 41-42
    Zeer goed 50-52 48-49 46-48 43-44 39-40
    Boven het gemiddelde 45-49 43-47 42-45 39-42 35-38
    Gemiddeld 40-44 38-42 37-41 34-38 31-34
    Onder het gemiddelde 38-39 36-37 34-36 32-33 29-30
    Laag 35-37 34-35 32-33 29-31 26-28
    Zeer laag <35 <34 <32 <29 <26

    Relatief conditieniveau voor vrouwen

      Geschatte VO2 Max (ml/kg/min) per leeftijdscategorie
    Beoordeling 20-29 30-39 40-49 50-59 60+
    Elite 47+ 44+ 42+ 37+ 35+
    Uitstekend 45-46 42-43 40-41 35-36 33-34
    Zeer goed 43-44 40-41 38-39 33-34 31-32
    Boven het gemiddelde 38-42 36-39 34-37 30-32 27-30
    Gemiddeld 33-37 31-35 30-33 26-29 24-26
    Onder het gemiddelde 31-32 29-30 28-29 24-25 22-23
    Laag 28-30 27-28 25-27 22-23 20-21
    Zeer laag <28 <27 <25 <22 <20
  • WFI Submax-protocol (alleen loopband)

    De loopband is voorzien van een extra conditietest op basis van specifieke vooraf gedefinieerde protocollen.

    • WFI Submax-protocol: submaximaal VO2

      Het WFI Submax-protocol is een submax-evaluatie die wordt gebruikt om de aerobe capaciteiten van een brandweerman te voorspellen. Bij deze test worden de snelheid en hellingshoek automatisch verhoogd totdat een streefhartslag is bereikt.

    Om een juiste testscore te verzekeren, mag u de ingevoerde items niet veranderen wanneer de training eenmaal is begonnen. Zodra de streefhartslag meer dan 15 seconden wordt overschreden, gaat het programma in afkoelingsmodus. De afkoelingsfase duurt drie minuten bij een snelheid van 3 mph en een hellingshoek van 0%. De trainingssamenvatting bevat de volgende informatie:

    • De trainingsduur wordt in het scherm TIME (Tijd) weergegeven.
    • De VO2 max-testscore wordt in het scherm SPEED (Snelheid) weergegeven.
    • De herstelhartslag wordt in het scherm HEARTRATE (Hartslag) weergegeven.

  • Marathonmodus (alleen loopband)

    Een training in de MARATHONMODUS stelt de gebruiker in staat om voor onbepaalde tijd te trainen en eindigt alleen als de gebruiker ervoor kiest om de training te beëindigen of als een stopsysteem is geactiveerd. Om deze modus te activeren, tijdens het instellen van een training voor alle programma's behalve FIT TEST (Conditietest) en WFI, voert u een tijdwaarde in die groter is dan de maximaal toegestane programmatijd.

  • Watt (alleen fietsen)

    Deze training richt zich op een arbeidsvermogen gelijk aan een bepaald aantal watt. Watt is een vermogenseenheid die de hoeveelheid mechanische arbeid meet die nodig is om een toestel te bedienen. Dit is ongeveer gelijk aan 0,25 calorieën per uur. Het trainingsprogramma verandert het intensiteitsniveau automatisch om het juiste arbeidsvermogen te handhaven.