Optionele Polar®-telemetriehartslagborstband

Het Polar®-telemetriehartslagmeetsysteem verstuurt hartslagsignalen naar de console wanneer de elektroden tegen de huid aan worden gedrukt. Deze elektroden zijn bevestigd aan een Polar-telemetriehartslagborstband die de gebruiker tijdens de training draagt. De Polar-telemetriehartslagborstband is optioneel. Neem contact op met de klantendienst om deze te bestellen.

Raadpleeg het onderstaande overzicht voor de juiste plaatsing van de Polar-telemetriehartslagborstband. De elektroden die zich bevinden bij de twee gegroefde vlakken aan de onderkant van de band moeten vochtig blijven om de elektrische impulsen van het hart nauwkeurig naar de ontvanger te kunnen zenden. Bevochtig de elektroden. Maak daarna de Polar-telemetriehartslagborstband zo hoog mogelijk onder de borstspieren vast. De band moet strak maar comfortabel genoeg zitten om normaal te kunnen ademen.

De zenderband brengt de hartslagwaarde optimaal over wanneer de elektroden direct contact maken met de huid. Hij werkt echter ook goed door een dunne laag vochtige kleding.

Als u de Polar-telemetriehartslagborstbandelektroden opnieuw moet bevochtigen, trek dan het midden van de Polar-borstband van de borst los zodat de twee elektroden zichtbaar worden en bevochtig ze.

Opmerking: Als de sensors van het Lifepulse-systeem worden vastgepakt terwijl de borstband wordt gedragen en de signalen van de sensors geldig zijn, gebruikt de ingebouwde computer de sensorsignalen om de hartslag te meten in plaats van de signalen die met de Polar-telemetriehartslagborstband worden verzonden.
Opmerking: (Alleen loopbanden): tijdens het instellen van een hartslagzonetraining moet de gebruiker een startsnelheid invoeren. Als er geen Polar-telemetriehartslagborstband wordt waargenomen dan is de toegestane maximumsnelheid 4.5 mph (7,2 km/u). Als er een Polar-telemetriehartslagborstband wordt gedetecteerd, dan kunnen de gebruikers trainen met de maximumsnelheid zoals bepaald in de Managersconfiguratie.